Inleiding Bij de examens van de SVPB worden door de centrale examencommissie examenleiders ingezet voor de theorie-examens. Zij kunnen worden bijgestaan door een of meer surveillanten. Om de omstandigheden waaronder de examens worden afgenomen zo optimaal mogelijk te laten zijn, is deze procedure met instructies opgesteld. De theorie-examens kunnen worden afgenomen in de centrale accommodatie van de SVPB, in Theorie-examencentra (TEC's) van de onderwijsinstellingen of in het TEC van de SVPB. In alle gevallen kunnen surveillanten worden ingezet die de examenleider ondersteunen. Indien sprake is van een TEC van een onderwijsinstelling, zullen vaak docenten worden ingezet als surveillant.
Algemene taken surveillant afname schriftelijke theorie-examens
Inleiding De surveillant werkt in opdracht van de examenleider (en uiteindelijk de Centrale Examencommissie) en representeert de SVPB. De rol van de surveillant is het ondersteunen van de examenleider bij een goed verloop van het examen. Heeft de surveillant twijfel over het beoordelen van een bepaalde situatie, dan wordt de examenleider geraadpleegd. Een enkele taak is alleen van toepassing bij centrale examinering, een dergelijke taak is cursief weergegeven.
Taken surveillant
De surveillant houdt tijdens de afname actief en zichtbaar toezicht op de kandidaten (een totale examendag doet een groot beroep op uw oplettend vermogen); mede door uw rol ervaart de kandidaat een examenklimaat dat hem in staat stelt optimaal te presteren. Houd ook bij het individueel beantwoorden van (organisatorische) vragen zoveel mogelijk zicht op de totale groep, ga zo min mogelijk met uw rug naar het grootste deel van de groep staan. Houd ook tijdens en na het ophalen van het examenwerk het overzicht en houd de rust gewaarborgd (ook tijdens het wachten mogen er door kandidaten geen spullen worden gepakt als een tijdschrift, walkman, computerspelletje of mobiele telefoon). Bij een terechtwijzing wordt kort en overtuigend op het gewenste gedrag gewezen (niet op vragende wijze, niet in discussie treden). Maak duidelijk dat handhaving van de regels in het eigen belang is.
Klaarleggen van de examennummers op de hoek van de tafels en op iedere tafel een potlood (bij meerkeuze-examen); bij open werk wordt het uitwerkblad van het 1e vak klaargelegd en een blad met informatie.
In opdracht van de examenleider twee kandidaten hun handtekening laten zetten op de daarvoor bestemde stickers op de nog dichte envelop met examenopgaven en het noteren van de examennummers van deze kandidaten op de handtekeningstickers.
Op een teken van de examenleider uitdelen van de opgaven en de antwoordbladen. Tijdens het uitdelen wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of de juiste examenopgaven worden uitgedeeld.
Controleren van het legitimatiebewijs (paspoort, rijbewijs, identiteitskaart, vreemdelingendocument of vreemdelingenpas; alle geldig en afgegeven door een Nederlandse overheidsinstantie of een geldig paspoort afgegeven door één van de landen van de Europese Unie. Voor kandidaten met de Belgische nationaliteit is een geldige identiteitskaart, afgegeven door een Belgische overheidsinstantie, ook toegestaan als legitimatiebewijs.) van de kandidaat met de presentielijst. Hierbij geldt als strikte eis dat zonder geldig legitimatiebewijs de kandidaat niet is gerechtigd tot het afleggen van examen.
De kandidaat de presentielijst zelf laten controleren en een handtekening plaatsen voor aanwezigheid, achter zijn naam, bij het eerste examenonderdeel waarin hij examen doet. Bij fouten in de presentielijst (b.v. verkeerde geboortedatum) de wijziging duidelijk aangeven, indien noodzakelijk op de achterkant. Dit moet worden aangegeven met een asterisk (*) in de kantlijn (geen losse blaadjes gebruiken, deze kunnen zoekraken). Tevens in dergelijke situaties aan de kandidaat vragen een nieuw uittreksel naar het examenbureau te sturen. Als een kandidaat niet aanwezig is, wordt een rondje om het vaknummer gezet (niet schrijven op de regel waar de handtekening moet worden geplaatst). Bij aanwezigheid wordt voor ieder volgende examenonderdeel een vinkje (√) boven het vak geplaatst.
Controleren van de examenuitwerking/antwoordblad: heeft de kandidaat het examen-nummer correct vermeld op zijn examenwerk. Met name bij MC-antwoordbladen is het heel belangrijk dat dit op de juist wijze gebeurt.
Kandidaten mogen geen gelegenheid krijgen aantekeningen te maken of vragen over te schrijven met het doel deze mee te nemen buiten de examenruimte (b.v. op de oproep).
Tijdens het examen mogen kandidaten de examenruimte niet verlaten (beslist ook geen toiletbezoek).
10 minuten voor het einde van het examen mag het werk worden ingenomen als de kandidaat klaar is. De examinator/examenleider geeft aan wanneer kandidaten mogen vertrekken.
Per examenvak worden de opgaven en de antwoordbladen (gescheiden) op volgorde gelegd en geteld (aantal kandidaten = het aantal werkstukken).
Op de vrijstellingslijst noteren welke kandidaten (kandidaat-nummers) niet zijn verschenen (VOORBEELD: totaal aantal kandidaten uit de groep bedraagt 49; 17 kandidaten waren vrijgesteld en 4 kandidaten zijn niet opgekomen; dit betekent dat er 28 antwoordbladen, van de juiste kandidatennummers, daadwerkelijk moeten zijn ingenomen).
Na afloop van het laatste vak mogen de vulpotloden door kandidaten worden meegenomen (bij meerkeuze-examen).
Bron document: http://www.svpb.nl/site/index.jsp?nodeid=221 / 3 september 2010